Windenergie

N.B Informatie op omgekeerd chronologische volgorde; het meest recente bericht staat dus bovenaan.

 

Nieuwsbrief juli 2022

Vereiste minimumafstand tussen
windmolens en bebouwing maakt
plaatsing langs A27 onmogelijk

Het nieuwe college van B&W zegt in het Coalitieakkoord: 'We gaan jaarlijks minimaal 20 GWh windenergie opwekken langs de A27 én A28, voor de precieze locaties doen we een verdiepend onderzoek, bijvoorbeeld wat betreft de normen en gezondheid.'
Let op: er staat dus niet dat ze pas worden geplaatst als genoemd onderzoek een positief resultaat heeft – ze komen er gewoon. De vraag is alleen nog waar en hoeveel. En dat terwijl het vorige college juist van plaatsing langs de A27 had afgezien!

Maar: er is geen onderzoek nodig om te kunnen constateren dat er langs de A27 ten noorden en zuiden van Maartensdijk gewoon te weinig plek is voor windmolens.
Want: om (onder meer) gezondheidsschade voor omwonenden te voorkomen is een minimale afstand bepaald tussen molens met een tiphoogte van ca. 170 meter en bebouwing. In een notitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (januari 2021) wordt de geluidshinder op 550 meter van Lnight 41 dB(A) en Lden 47dB(A) als grenswaarde gesteld: dat is de norm die op dit moment vaak door gemeentelijke en provinciale overheden gebruikt wordt.* Maar de verwachting is dat die – onder druk van onderzoekers die pleiten voor een veel grotere afstand – fors omhoog zal gaan. De regering heeft aangekondigd met een nieuwe norm komen – er wordt al gezegd dat die naar 1000 meter zal gaan. Dit om deze aan te passen aan de Duitse en Deense normering.

Als je bedenkt dat de afstand tussen de meest zuidelijke bebouwing van Hollandsche Rading en de meest noordelijke bebouwing van Maartendijk 1,4 kilometer is, en de afstand tussen Maartensdijk Zuid en de Nieuwe Wetering 1,2 kilometer,** dan is duidelijk dat er maar heel weinig molens tussen genoemde plaatsen kunnen staan als je ze langs de A27 wilt plaatsen. Voor een rijtje molens haaks op de snelweg geldt ongeveer hetzelfde. Ten zuiden van Maartensdijk zal overigens ook rekening moeten worden gehouden met de hoogspanningslijnen.***

Die paar molens zullen naar verhouding maar weinig energie opleveren, omdat het maar weinig zijn, èn omdat het in onze regio relatief weinig waait – zie de windkaart van Nederland.

We praten dan niet eens over de schade voor het landschap (vergeet ook niet dat er nieuwe infrastructuur - wegen, kabels - voor windmolens moeten worden aangelegd) en het milieu. Om een voorbeeld van dit laatste te noemen: aangrenzend aan de A27 op landgoed Persijn is er een grote ooievaarskolonie. Als er in de nabijheid daarvan een windturbine wordt geplaatst, is het maar afwachten hoeveel vogels zullen sneuvelen.
*Aan de randen van de bebouwde kom van de gemeente Houten, waar windmolens staan, worden deze normen al overschreden.
**Voor de afstand tussen de Nieuwe Wetering en de noordkant van Groenekan geldt hetzelfde.

Standpunt van de
Stichting Behoud Prinsenlaantje

Het bestuur van de Stichting Behoud Prinsenlaantje is van mening dat windturbines langs de A27 weinig zullen bijdragen aan het realiseren van de door de gemeente De Bilt energietransitie en slechts een symbolische betekenis zullen hebben. Ze zullen in elk geval schadelijk zijn voor het milieu en voor het landschap in de buurt van Maartensdijk. Onze overwegingen: de vereiste minimumafstand tussen windmolens en bebouwing maakt het plaatsen van voldoende aantallen molens onmogelijk. Om voldoende energie op te wekken zouden er molens van 240 meter moeten worden geplaatst, wat in het kader van de nieuwe regelgeving in verband met de gezondheid van omwonenden niet geoorloofd is.


Nieuwsbrief mei 2021

Geen windmolens
bij Maartensdijk,
maar de vragen blijven

Het college van B&W van De Bilt hebben besloten dat er een onderzoek komt naar de mogelijke plaatsing van windmolen langs de A28. Dat blijkt uit een voorstel dat aan de gemeenteraad is gedaan. Daarmee is plaatsing van turbines in de omgeving van Maartensdijk voorlopig van de baan.

foto prinsenlaantjesloot
Maar te hopen valt dat dat onderzoek zich concentreert op een aantal fundamentele vragen. De antwoorden die de gemeente in een onlangs rondgestuurde vraag- en antwoordenlijst naar aanleiding van een drietal bewonersbijeenkomsten over zonnevelden en windmolens heeft gegeven, laten twijfel ontstaan over de vraag of men zich wel voldoende bewust is van de problemen die windturbines met zich meebrengen:
-de gemeente gaat uit van een minimale afstand van 300 meter tussen windmolens en bewoning. Men beroept zich daarbij op een advies van het RIVM, dat dateert uit de tijd waarin er nog geen sprake was van molens van 240 meter hoog, terwijl de laatste tijd tal van deskundigen melden dat de gezondheidseffecten van die hoge molens een veel grotere afstand (minimaal 1000 meter) noodzakelijk maken.
-de windsterkte. Op de vraag of er in de omgeving van De Bilt wel voldoende windsnelheid is, luidt het antwoordt dat ‘de gemiddelde windsnelheid op de Utrechtse Heuvelrug lager ligt dan elders, en dat er juist daarom molens van 240 meter nodig zijn’.
Opvallend is dat wethouder Brommersma in haar voorstel aan de gemeenteraad schrijft: ‘Om de mogelijke overlast te beperken kiezen wij ervoor in dit gebied uit te gaan windmolens van beperkte hoogte (kleiner dan 150 meter*). Wij streven hiermee 20 gWh op te kunnen wekken.’
Wij tekenen daarbij aan: een windturbine met een as-hoogte van 135m en een tip-hoogte van 198 m levert tijdens vollast-uren 2854 kWh. Op land is dat gemiddeld 26% van de tijd en in De Bilt is de windcapaciteit-factor nog lager (ca.21%) Dus zo’n turbine levert binnen de gemeente De Bilt in optimale situatie ca. 5 gWh per jaar. Theoretisch zouden vier van zulke windturbines de nagestreefde 20 gWh kunnen leveren. De kosten zijn ca. € 2.000.000 per stuk. Daarbij zijn niet meegerekend de kosten van de infrastructuur (toegangswegen, leidingen en kabels).
In algemene zin kan volgens ons de vraag gesteld worden of het niet beter is in te zetten op het uitbreiden van het aantal windmolenparken op de Noordzee. Uit onderzoek blijkt dat elk kWh dat door een windturbine binnen de gemeente De Bilt wordt opgewekt, meer dan drie keer duurder is dan hetzelfde Kwh dat door een windmolen op zee geproduceerd wordt.Volgens de gemeente De Bilt is er op de Noordzee geen ruimte meer. Maar is dat wel zo? Op een kaart van de Noordzee van het Interdepartementaal Directeuren Overleg Noordzee staan ‘zoekgebieden’. Gebieden dus waar nu geen windmolenparken gepland zijn, die nog worden onderzocht.
*) Onduidelijk is of het hier gaat om de as­hoogte of de tip-hoogte.

 

Nieuwsbrief maart 2021

Geen windmolens mogelijk bij
grotere afstand tot huizen’

Tijdens de informatiebijeenkomst van 22 februari over windenergie kwam er veel commentaar van deelnemers op de 300 meter afstand tussen windturbines en huizen die de gemeente als uitgangspunt neemt. En er was kritiek op bureau Bosch en Van Rijn omdat het dat uitgangspunt klakkeloos heeft overgenomen voor zijn onderzoek. Het bureau gaf tijdens de bijeenkomst wel aan dat er bij afstanden van 400 of 500 meter veel minder plekken voor molens in de gemeente zijn, en bij nog grotere afstanden helemaal geen plekken meer.

Windenergie: veel vragen voor
B&W en gemeenteraad De Bilt

De Stichting Behoud Prinsenlaantje, de Stichting Behoud Slagenlandschap Maartensdijk-Oost, de bewonersorganisaties Maartensdijk-Zuid en De Nieuwe Wetering hebben de handen ineengeslagen en aan de gemeente De Bilt een reeks prangende vragen gesteld over de mogelijke plaatsing van windmolens rond Maartensdijk. Onder de titel ‘Bezint eer ge begint’, schrijven de vier: ‘Het is even gemakkelijk te beweren dat de molens er moeten komen (vanwege de sterk stijgende energiebehoefte in de toekomst), als dat ze ‘maar elders’ moeten worden neergezet. Ons standpunt is dat er eerst vooral veel belangrijke vragen moeten worden beantwoord, voor er ook nog maar een vervolgonderzoek naar welke locatie dan ook kan worden gestart.’
De vragen gaan over:

  • de hoeveelheid wind die er gemiddeld ten oosten, zuiden en noorden van Maartensdijk is – is die wel voldoende is de gewenste hoeveelheid energie op te wekken? Zie de windkaart van Nederland, hieronder.
  • de gevolgen van molens milieu, gezondheid van mensen, flora en fauna;
  • de infrastructuur die nodig is: nieuwe toegangswegen voor zwaar transport, kabels en leidingen, en het onderhoudsverkeer
  • de impact van molens met een tiphoogte van 240 meter voor het kwetsbare, kleinschalige slagenlandschap
  • de mogelijke overlast van windturbines voor bewoners, recreanten en toeristen
  • de keuze voor mogelijke alternatieven: clustering van windmolens op andere plaatsen in de regio waar meer wind is, en deelname aan windenergieprojecten elders, bijvoorbeeld op de Noordzee.

windsnelheidskaart NederlandWindkaart 2004-2013, bron: ministerie van EZ


De gemeente is bezig met bewoners-bijeenkomsten, waarbij onder meer de mogelijke locaties voor windmolens aan bod komen, zoals aangegeven in een onderzoek dat bureau Bosch en Van Rijn verrichtte in de opdracht van de gemeente. Naar twee locaties wordt vooral gekeken: tussen de Nieuwe Wetering en Groenekan, en ten noorden van de Nieuwe Wetering in een lijn die vanaf de A27 parallel aan de provinciale weg N234 naar het oosten loopt, tot voorbij het Prinsenlaantje.

De afbeelding hierboven komt uit het onderzoeksrapport van Bureau Bosch en Van Rijn. De lichtgroene gebieden leveren ‘geen belemmeringen’ op voor windmolens; ze liggen ten noorden en zuiden van de Nieuwe Wetering. Het oranjegebied bij cijfer 2 is het gebied tussen Maartensdijk en Hollandsche Rading, daar zijn ‘zachte belemmeringen’.
Dat geldt ook voor nr.1: Maartensdijksche Bosch Noord, dat reikt tot aan de Hilversumse golfclub, en voor de bossen ten noorden van  de N234
Klik hier voor het integrale rapport 'Ruimtelijk haalbaarheidsonderzoek windenergie gemeente De Bilt .

Grootte van windmolens t.o.v. andere objectenGrootte van windmolens t.o.v. andere objecten


Nieuwsbrief december 2017

Windmolens langs de A27?
'Dialoogavond' inventariseert voors en tegens.

Op 5 oktober vond in het gemeentehuis een 'dialoogavond' plaats over de mogelijke toepassing van windenergie in de gemeente De Bilt en over de wijze waarop draagvlak bij de bevolking kan ontstaan.Initiatiefnemer was raadslid Werner de Groot (CDA).
Er werd onder meer gesproken door vertegenwoordigers van BENG (Bilt Energie Neutraal Groep) en NMU (Natuur en Milieufederatie Utrecht), en ook de verantwoordelijke wethouder Bommersma (Groen Links) was aanwezig.Uitgangspunt voor de discussie was het beleidsvoornemen van de gemeente om in 2030 energieneutraal te zijn. Over de mogelijke rol van windenergie hierbij werden standpunten uitgewisseld en tal van problemen benoemd.
Zoals:

  • grote molens (ruim 100 meter) zorgen voor geluidsoverlast en landschapsvervuiling en zijn schadelijk voor vogels
  • wegen de kosten wel op tegen de opbrengsten?
  • is de gemeente De Bilt 'wind technisch' gunstig gelegen?

Opvallend was de bijdrage van de Natuur en Milieufederatie Utrecht. Deze vindt dat de gemeente De Bilt niet aan plaatsing van windmolens ontkomt, vooral wanneer blijkt dat er bij de bevolking draagvlak voor zou zijn. Molens zijn weliswaar een aanslag op het landschap, maar het behalen van de energiedoelstellingen is, volgens NMU, belangrijker.

Standpunt SBP:
SBP is van mening dat het exploiteren van windmolens is ons gebied schadelijke gevolgen geeft aan de omwonenden, vogels en het landschap. De exploitant en de grondeigenaar zullen de enigen zijn die van de windmolens profijt hebben. SBP is derhalve van mening dat de gemeente beter kan participeren in de exploitatie van windmolenparken op zee om haar doelstellingen te halen.