Stichting behoud
naam
en ommelanden
herfst voorjaar

De das.

Bescherming van de das en diens leefgebied

Dassen zijn op grond van de flora- en faunawet beschermde dieren, ze hebben de hoogste categorie van bescherming( categorie 3). Dat komt omdat de dassen in de zestiger jaren vrijwel verdwenen waren uit ons land. Er werd algemeen op de das gejaagd: de noodzakelijke vergunningen werden erg gemakkelijk afgegeven, waarbij men slechts hoefde te beweren dat de das schade veroorzaakte. Sinds 1960 werden deze vergunningen niet meer afgegeven, maar het aantal dassen bleef even klein: in 1980 waren er, net als in 1960, nog steeds maar 1200 dassen.

Verspreidingsgebied van de das in Nederland

De Das
Meles meles ( Lat)
Badger (eng)

Lengte: 70 - 80 cm
Staart: 12 - 19 cm
Gewicht: 9 - 17 kg (♂)

Gewicht: 7 - 14 kg (♀)
Kop: zwart - wit gestreept
Rug: grijs
Vacht: stugharig
Voorpoten: 5 lange nagels

Sinds 6-04-2009 is er een dassenverspreidingskaart van de provincie Utrecht. Gemaakt door de bioloog Ir. A. Meijer. Op basis van o.a. bovenstaande informatie heeft de Provincie Utrecht een provinciale dassenverspreidingskaart gemaakt. Deze dient als wettelijk beschermingskader voor de das. Wanneer men iets in een gebied wil veranderen moet deze kaart geraadpleegd worden of er niet ingegrepen wordt  in het dassenleefgebied. Zo, ja, dan zal ontheffing gevraagd moeten worden.

Jurisprudentie over dassen.

 

Zowel het gebied waar de dassen wonen, als het –veel grotere- leefgebied waar de dassen hun voedsel zoeken, vallen onder de bescherming van de wet.

Dassen mogen niet verstoord worden, er mag niet op gejaagd worden, en voor alle activiteiten in dassenleefgebied moet ontheffing gevraagd worden, ook voor onderhoud en beheer in het kader van land- en bosbouw.

De laatste jaren zijn er verschillende procedures gevoerd bij de rechter om bescherming van dassengebied af te dwingen. Terwijl het verkeer de grootste bedreiging voor de das vormt, staan beslissingen van overheden om woonwijken of industrieterreinen aan te leggen op de tweede plaats (inclusief de grondwerkzaamheden die vaak een veel groter gebied bestrijken dan het betreffende plan), en is sinds kort de aanleg van golfterreinen een goede derde in de reeks van bedreigingen. Er is dan ook in opdracht van de provincie Noord Brabant een onderzoek gedaan door Arcadis : “Dassen en golfbanen duurzaam samen? Een planologisch toetsingskader voor golfbanen in dassenleefgebied”. De conclusie van dit rapport is duidelijk: In het primaire voedselgebied van de das (zijnde vochtig beweid grasland) is het niet mogelijk een golfbaan aan te leggen of uit te breiden. Dit omdat hiervoor geen ontheffing van de flora en fauna wet wordt verleend”.

Ook het rapport ''Een golfbaan natuurlijk''stelt:"De aanleg van golfbanen in gave landschappen zal altijd afbreuk doen aan deze landschappen en is daarom niet wenselijk. Het betreft landschappen met een open karakteristieke openheid, of juist een kleinschaligheid met karakteristieke beplanting of cultuurhistorische elementen.(pag 9)

golfniet

Een recent voorbeeld van jurisprudentie komt uit de gemeente Sint Michielsgestel. Daar wilde de golfbaan uitbreiden in een belangrijk voedselgebied van de das. De gemeente had vergunning verleend, maar de provincie heeft de vergunning afgewezen. Het laatste nieuws van deze zaak is dat er een compromis is voorgesteld, waarbij de golfclub 2800 mtr houtwal moet aanleggen om de dassen naar een nieuw voedselgebied te geleiden.

Een ander voorbeeld is het verwerpen van de vergunning voor een golfbaan in Uden door de Raad van State. Ook hier ging het om primair dassen voedselgebied.

Enkele weken geleden is er in de gemeente Ede een bouwschandaal ontstaan. De gemeente heeft vergunning verleend voor het bouwen van een nieuwe woonwijk, terwijl in het terrein enkele dassenburchten aanwezig waren. Vreemd genoeg was -ondanks dat voldaan was aan de verplichting ecologisch onderzoek te doen- bij de gemeente niet bekend dat deze burchten zich hier bevonden. Vaak worden dergelijke verplichte Milieu Effect Rapportages gemaakt op basis van landelijk beschikbare gegevens, die kennelijk in dit geval niet volledig waren. De voorbereidende werkzaamheden voor het bouwrijp maken zijn onmiddellijk stilgelegd. Het is afwachten hoe het nu verder gaat. In elk geval zal gezocht moeten worden naar een alternatief leefgebied voor de dassen voordat de bouwplannen kunnen worden uitgevoerd.

In de landelijke jurisprudentie zijn veel meer voorbeelden van jurisprudentie bij het niet verlenen van vergunning voor bouwlocaties in dassen gebied. Eigenlijk wordt er pas ontheffing onder compensatie-voorwaarden verleend als het gaat om plannen die van landsbelang zijn, zoals de aanleg van de snelweg in Noord Limburg. 

 

De leefwijze van de das.

 

Dassen wonen op hoger gelegen zandwallen met in de directe nabijheid lager gelegen vochtige weilanden. Deze situatie komt voor in het gebied rondom Maartensdijk/Groenekan. Daar bevindt zich de zandige Utrechtse Heuvelrug aan de oostkant, en de vochtige weilanden in het overgangsgebied naar de lage polder van Achttienhoven en Westbroek. De dassen graven hun burchten hier in houtwallen, bosranden of ruige terreinen. Het landschap moet voldoende dekking bieden ( bosjes, houtsingels) en zo weinig mogelijk verstoring.

 dasniet

Dassen zijn alleseters, maar het hoofdvoedsel bestaat uit regenwormen, die ze ‘snachts uit de vochtige weilanden “opslurpen”. Er is dan ook een directe relatie tussen de grootte van de clans ( families) en het aantal beschikbare regenwormen in het foerageergebied.(zie grafiek) Dit verband is ook te zien tussen het aantal dassen per km² en het aantal regenwormen in het foerageergebied ( zie grafiek)

Behalve regenwormen, eten ze ook insectenlarven, maïs, kevers, en valfruit, muizen en mollen en andere kleine zoogdieren, kikkers en padden , eikels en kastanjes, en ook wel vogels en eieren. De keuze voor een ander menu dan de regenworm, hangt samen met het seizoen en met eventuele droogte of vorstperiodes. De nabijheid van het voedsel is van belang voor zogende vrouwtjes, die tijdens hun voedseltocht niet te ver van de burcht kunnen foerageren. In het voedselgebied worden schuilburchten of vluchtpijpen gegraven, om dekking te kunnen zoeken bij onraad. Een dergelijke vluchtburcht is een paar jaar geleden in de berm van het prinsenlaantje gevonden.
 

wisselniet

         Dassenwissel in Prinsenlaantje

Dassen zijn nachtdieren, die pas te voorschijn komen als de kust veilig is. Ze zien slecht, maar ruiken uitstekend. Voordat ze de burcht verlaten snuiven ze via de luchtpijpen naar mogelijk onraad. Ze kunnen tot twee dagen later ruiken of er een mens of hond nabij de burcht geweest is. Zelf brengen ze geurmerken aan met een  muskusachtige stof. Die geurmerken worden langs de vaste looproutes, de wissels, aangebracht. Zo kunnen ze na soms lange tijd weer oude plekken terugvinden en opnieuw gebruiken.

 

Dassenfamilies bestaan meestal uit een mannetje, een vrouwtje, wat jongen en wat jaarlingen. Dat zijn jonge dieren die nog geen eigen burcht gesticht hebben. Vaak zijn er meerdere burchten bij elkaar in de buurt: de clans. Er is een sterke familieband en een blijvende trouw aan de clan. Dat is van belang voor deze dieren die aangewezen zijn op een groot leefgebied en gevarieerd menu, waarbij ze elkaar nodig hebben om het territorium te beschermen. Op de grenzen van verschillende territoria worden geurbakens aangelegd, maar ook bevinden zich daar vaak latrines: ongeveer 10 cm diepe kuiltjes waar de dassen hun drolletjes deponeren. Dergelijke grenslatrines worden gevonden langs het Oostveense pad (het “nieuwe fietspad”). Meer informatie over de levenwijze van de das op de website van Das en Boom

De tunnels onder de A27 en de spoorlijn zorgen ervoor dat er aansluiting ontstaat met het gebied van  Hollandsche Rading en Einde Gooi.  De tunnels onder de N 234 verbinden de territoria van de dassen van het Prinsenlaan gebied met de clans van Groenekan/ Beukenburg. 

 

 

-