Bijdrage van de Stichting Behoud Prinsenlaan en Ommelanden aan

Het Bilts Manifest

De Bilt, 29 november 2008

 

De Stichting Behoud Prinsenlaan en Ommelanden is een burgerinitiatief, gericht op het behouden en waar mogelijk versterken van de groene kwaliteiten van het landschap rondom de Prinsenlaan. Haar doelstellingen richten zich op het gebied tussen de bebouwing van Maartensdijk en de Nieuwe Wetering , en tussen de A27 en de bosrand van Ridderoord en het MOB complex. Vanuit een visie op behoud en herstel van de groene ruimte wil de stichting haar inbreng geven in het tot stand komen van de toekomstvisie voor de gemeente De Bilt.

 In de eerste aanzet om te komen tot het Bilts Manifest staat de basis beschreven waarop het groene imago van de gemeente gebaseerd is: haar ligging in een heel gevarieerd landschappelijk gebied. De kenmerken van dat gebied worden gevormd door verschillen in landschapstypen, bodem, waterhuishouding en historisch gebruik.  De gemeente is deels gelegen op de Utrechtse Heuvelrug, met zandige droge bossen, heide en stuifzanden. Aan de zuidzijde gaat dit gebied over in het rivierenlandschap van de Kromme Rijn, met oeverwallen, kommen, oude kreken, vloedbos en grienden. Aan de westkant ligt het overgangsgebied tussen de heuvelrug en de natte veenweiden: het middeleeuwse slagenlandschap van Hollandsche Rading, Maartensdijk en Groenekan. Hier liggen de oude lintdorpen met hun opstrekkende kavels, die begrensd worden door houtsingels, sloten en poelen. Er zijn eeuwenoude paden zoals Aanlegsteeg en Prinsenlaantje. Door het afstromende grondwater, gecombineerd met de zandige humeuze ondergrond, is hier een grote variatie aan planten en dieren aanwezig. Er leven veel beschermde soorten, zoals ringslangen en rugstreeppadden en onder de planten vind je indicatoren voor kwelwater zoals de waterviolier. De laatste jaren zijn hier helaas veel houtsingels gerooid en sloten gedempt, waardoor de soortenrijkdom is verminderd. De dassenpopulatie is echter weer ouderwets vitaal, mede dankzij de investeringen in faunapassages onder de drukke wegen door.

Aan de westzijde van de gemeente is het natte veenweidelandschap van o.a. de polders Achttienhoven en Westbroek. Daar zijn de natuurreservaten Westbroekse Zodden en Gagelpolder, die in het kader van het Noorderpark recent nog wat uitgebreid zijn. Hiermee hoopt men te bereiken dat de rijkdom aan weide- en moerasvogels, zoals die er tot 20 jaar geleden aanwezig was, weer terugkomt. Het gebied is erg belangrijk voor grote aantallen overwinterende ganzen en als foerageergebied voor purperreigers. De gemeente speelt een belangrijke rol in de bescherming van deze gebieden.

De grote variatie maakt het landschap voor bezoekers en bewoners zichtbaar aantrekkelijk om er te verblijven. Bij zo’n grote landschappelijke en ecologische variatie is het dan ook geen wonder dat er zich binnen de gemeentegrenzen verschillende natuurreservaten bevinden, en dat er een groot aantal lijnen loopt van de ecologische hoofdstructuur. Dit landelijke netwerk moet losse en vaak geďsoleerde natuurgebieden met elkaar verbinden, om ervoor te zorgen dat de planten en dieren kunnen migreren tussen de verschillende gebieden en op die manier vitale populaties blijven vormen.

 Het zal een belangrijke opgave voor de gemeente zijn, om zich bij de verschillende vraagstukken die er op het gebied van ruimtelijke ordening opdoemen, steeds rekenschap van te geven dat het gaat om kwetsbare landschappelijke structuren, die in samenhang behouden moeten blijven. De realisatie van de EHS is daarbij van wezenlijk belang voor het behoud van de hoge ecologische waarden. Ook het scherper definiëren van de ecologische hoofdstructuur en het “zien’ van kansen om deze te realiseren, zal vast onderdeel van het gemeentebeleid moeten zijn. Dat betekent bijvoorbeeld ook terughoudend zijn bij ontwikkelingen die net buiten de EHS geprojecteerd worden! En aandacht voor mogelijkheden om ongewenste activiteiten in het buitengebied te verplaatsen naar stedelijke omgeving.

 Een groot deel van de gemeente bevindt zich binnen de kaders van het Noorderpark, waar het behouden en ontwikkelen van een vitale landbouw gecombineerd wordt met vergroten en beschermen van de natuurwaarden en verantwoorde recreatie. Daar grenst de gemeente aan de stadsrand van Utrecht, waar het natuur/recreatiegebied Ruigenhoek nu wordt ingericht. In het Noorderpark zijn nieuwe boerderijen gebouwd en wordt de agrarische grond herverdeeld om tot optimaliseren van de bedrijfsvoering te komen. Het is voor de toekomst van de gemeente van belang dat er een substantieel aandeel in weilanden en akkers blijft bestaan. Dat vraagt bijvoorbeeld een terughoudend beleid bij het meewerken aan wijzigingen van bestemming in het landelijk gebied. Natuur- en landschapsontwikkeling kan hier aansluiten bij een vitale en duurzame landbouw, zoals bijvoorbeeld in de nota “Vitaal Platteland” beschreven wordt.

 De druk op een dergelijke groene gemeente, die dicht bij grote stedelijke agglomeraties ligt, is altijd bijzonder groot. Toch zal de gemeente De Bilt wegen moeten blijven zoeken om haar groene karakter te behouden en alert te blijven op alle ontwikkelingen die dit karakter aantasten of verkruimelen. En dat zijn er veel: nieuwe industrieterreinen, nieuwe woonlocaties, verbreden van de snelwegen, nieuwe sportterreinen, recreatieterreinen, nieuwe wegen en paden. Ook het stimuleren van nevenactiviteiten op het platteland - wat algemeen beschouwd wordt van groot belang te zijn voor het vitaal houden van de landbouw- kan gemakkelijk leiden tot verrommelen en aantasten van het aantrekkelijke karakter voor bewoners, wandelaars en fietsers. Onder deze noemer worden vergunningen afgegeven voor enorme stallen, auto-opslagplaatsen, maneges en gebouwen voor feesten en evenementen en bed-en-breakfast accommodaties. Al deze activiteiten brengen veel verkeersdrukte, lawaai en lichtoverlast met zich mee in de landelijke omgeving.

 De gemeente zal haar rode contouren goed moeten bewaken en verdedigen, en steeds blijven zoeken naar mogelijkheden om de noodzakelijke huizenbouw, scholen en sportcomplexen te realiseren binnen de huidige bebouwde kom grenzen. En dat zal veel creativiteit en inspanning vragen. Tegelijkertijd biedt het kansen: op dergelijk gebied kan de gemeente zich profileren als “groene” gemeente. Er zijn genoeg bedrijven en instellingen in de gemeente aanwezig, die zich met deze problematiek bezig houden. De gemeente kan op die manier een voorbeeldfunctie op zich nemen voor landschappelijk en ecologisch verantwoorde duurzame oplossingen van ruimtelijke problemen. Dat hoeft niet solistisch te zijn: het is bijvoorbeeld mogelijk om in navolging van de buurgemeente Zeist, als gemeente aan te sluiten bij het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Voordeel van zo’n partnerschap is, dat er een integrale beheersvisie voor het landelijk gebied wordt opgesteld, en dat er gezamenlijk op wordt toegezien dat de doelen bereikt worden en dat er voldoende geld voor beschikbaar komt. De gemeente heeft op verschillende momenten een aanzet gegeven om tot versterking van de ecologische en landschappelijke kwaliteit te komen. Zo wordt er in de “Ecologiescan” van de gemeente gesproken over een op te stellen gemeentelijk natuurbeleidsplan en landschapsontwikkelingsplan (LOP).

 De Stichting Behoud Prinsenlaan en Ommelanden wil een actieve deelnemer zijn aan het debat over de toekomstvisie van de gemeente, en heeft een brede achterban met ruime deskundigheid op de verschillende “groene” beleidsterreinen. Vanuit haar visie op het behouden en versterken van de groene ruimte in de gemeente werkt ze graag mee aan een “groene” toekomst voor De Bilt.